|
Willie Harberink over anti-roestbehandelingen.
Ik ben geboren in 1951 en al heel snel, ik denk in 1960, kwam ik in aanraking met het behandelen van een auto met teer.
Mijn oudste broer had een auto gekocht en het eerste dat (voor de deur natuurlijk) moest gebeuren, was zorgen dat ie niet ging roesten. Ik herinner me nog dat m'n broer de auto ging behandelen met afgewerkte olie. Had hij gekregen bij de gemeentegarage. De olie moest in de kokers lopen en wel zo dat alle delen in die koker geraakt werden. Dus had hij bij dezelfde gemeentegarage gaten geboord in de kokers en die gaten werden gevuld met afgewerkte olie. Natuurlijk werd de olie die er weer afkwam opgevangen en voor de andere koker gebruikt.
Als alle chassisbalken aan de beurt waren geweest, werd met de teerkwast de onderzijde behandeld met scheepsteer, verdund met, u raadt het al, afgewerkte olie.
Toen ik een jaar of zes later zelf met auto’s bezig ging, was het nog hetzelfde verhaal.
Ik kan het niet in de historie terug vinden, maar rond die tijd moet het ook al gewoonte zijn geweest om nieuwe auto’s meteen met een antiroest middel te behandelen. Mijn eerste baas waar ik nieuwe auto’s verkocht was in 1975 Fiat. Voor de ouderen onder u, toen werd al gezegd dat ie al roest in de folder. Nieuwe auto’s kwamen toen nog “in het vet” vanaf de vrachtauto binnen, werden onmiddellijk gehaald door (in ons geval) tectyl- Jantje, en je kreeg hem getectyleerd en schoon terug.
Als eigenaar van dit prachtig stukje techniek zorgde je er toen wel voor dat de auto na een jaar tot maximaal twee jaar een nabehandeling kreeg. En, omdat je zuinig was, ging je elke twee of drie jaar terug voor een herhalingsbehandeling. In de loop der jaren kwamen meer antiroest producten op de markt. Valvoline en Dinitrol waren jaren lang marktleider.
Begin 80er jaren kwam vanuit Zwitserland Waxoyl een stuk van de koek opeisen. Merken als Opel en Ford zorgden ervoor dat Waxoyl snel geaccepteerd werd, ondanks dat hier een “heel ander product” was. Niet meer op basis van teer, maar op chemische basis gemaakt.
In autoland was het product erg welkom, vooral om dat het veel schoner aangebracht kon worden en omdat aangetoond werd dat het echt een kruipende werking had en zo overal kwam waar andere producten geen bescherming meer konden bieden.
In 1983 ben ik voor mijzelf met een allround autobedrijf begonnen en al vanaf 1984 hebben wij met Waxoyl met plezier gewerkt. Als behandeling voor nieuwe auto’s die vanaf fabrikant of importeur geen antiroest kregen en ook als nabehandeling. In die jaren kreeg een auto met een zuinige eigenaar elke drie tot vijf jaar wel een behandeling.
Eind jaren negentig kwamen diverse merken, vooral de dure, met een zinkbad dat het tectyleren overbodig zou maken. Andere merken volgden met een zink behandeling of PVC coating op “kwetsbare” plaatsen. Een antiroest behandeling werd langzamerhand overbodig gevonden en de fabrikanten gaven steeds langere carrosseriegaranties.
Dat er nog wel degelijk een roestprobleem is wordt duidelijk als je eens rustig gaat “Googlen” op roest en terugroepacties.
|